hostingendomeinen.nl

Naslag

Begrippenlijst

Vijftig termen die in de handel in domeinnamen en in DNS terugkomen, in gewone taal uitgelegd.

A B C D E G H I L M N P Q R S T U V W Z

A

A-record
DNS-record dat een domeinnaam koppelt aan een IPv4-adres. Zonder dit record is een website niet bereikbaar op de naam.
AAAA-record
Hetzelfde als een A-record, maar dan voor een IPv6-adres.
Auth code
Authorisatiecode bij gTLD's zoals .com. Zestig dagen geldig en eenmalig te gebruiken. Heet ook EPP-code.

B

Backorder
Opdracht aan een aanbieder om te proberen een domeinnaam te registreren op het moment dat hij vrijvalt. Geen garantie op succes.
Bemiddelaar
Partij die tussen koper en verkoper staat, het gesprek voert en de afhandeling regelt. Ook makelaar genoemd.
Brandable
Naam die geen betekenis heeft maar wel kort en uitspreekbaar is, en daardoor geschikt om als merk op te bouwen.

C

CAA-record
DNS-record dat bepaalt welke partijen een SSL-certificaat voor de naam mogen uitgeven.
ccTLD
Landextensie, afgeleid van country code top level domain. Voorbeelden: .nl, .be, .de.
CNAME
DNS-record dat een naam doorverwijst naar een andere naam. Kan niet naast andere records op de hoofdnaam staan.

D

DKIM
Digitale handtekening onder uitgaande e-mail, waarvan de sleutel als TXT-record in de zone staat.
DMARC
TXT-record dat aangeeft wat een ontvanger moet doen met mail die niet door SPF of DKIM komt.
DNS
Domain Name System. Het systeem dat een domeinnaam omzet naar het adres van een server.
DNSSEC
Beveiligingslaag op DNS die met handtekeningen aantoont dat een antwoord niet onderweg is aangepast.
Doorverkoop
Het opnieuw verkopen van een naam die eerder is gekocht. Ook aftermarket genoemd.
Drop
Het moment waarop een domeinnaam na de quarantaine vrijvalt en opnieuw te registreren is.

E

EMD
Exact match domain. Een naam die precies gelijk is aan het zoekwoord waarop een markt draait.
EPP
Protocol waarmee registrars met een registry communiceren. De term EPP-code wordt gebruikt voor de authorisatiecode.
Escrow
Constructie waarbij een neutrale derde het bedrag vasthoudt tot de domeinnaam is overgedragen.
EURid
De organisatie die de .eu-zone beheert namens de Europese Commissie.

G

Geschillenregeling
Procedure om een domeinnaam op te eisen die overeenstemt met een merk of handelsnaam. Voor .nl uitgevoerd door het WIPO Arbitration and Mediation Center.
gTLD
Generieke extensie, niet gebonden aan een land. Voorbeelden: .com, .org, .net.

H

Handelsnaam
De naam waaronder een onderneming wordt gedreven. Ontstaat door gebruik, niet door inschrijving.
Houder
De partij die in het register van de registry als rechthebbende op de domeinnaam staat.

I

ICANN
De organisatie die het beheer van de generieke extensies coordineert en het transferbeleid vaststelt.
IDN
Internationalized Domain Name. Een naam met tekens buiten het gewone alfabet, zoals letters met accenten.

L

Landing page
Eenvoudige pagina op een domeinnaam die te koop staat, met de vermelding dat de naam beschikbaar is.

M

Makelaar
Zie bemiddelaar.
Merk
Teken dat door inschrijving bescherming krijgt voor bepaalde waren en diensten.
MX-record
DNS-record dat aangeeft naar welke mailserver binnenkomende e-mail moet.

N

Nameserver
Server die de DNS-records van een domeinnaam beheert. De registrar legt vast welke nameservers gelden.

P

Parkeren
Een domeinnaam laten wijzen naar een eenvoudige pagina, meestal met de mededeling dat hij te koop is.
Portefeuille
Het geheel van domeinnamen dat een houder in bezit heeft.

Q

Quarantaine
Periode van veertig dagen bij .nl waarin een opgeheven naam nog niet vrijvalt en de opheffing ongedaan gemaakt kan worden.

R

Redemption period
Periode bij gTLD's waarin de oude houder een verlopen naam tegen extra kosten kan terughalen.
Registrar
Partij waar een domeinnaam wordt geregistreerd. Staat tussen de houder en de registry. Bij .be een agent genoemd.
Registry
Organisatie die een extensie beheert. SIDN voor .nl, DNS Belgium voor .be, EURid voor .eu.

S

SIDN
Stichting Internet Domeinregistratie Nederland, de beheerder van de .nl-zone.
SLD
Second level domain. Het deel van de naam voor de punt, dus het deel dat de houder kiest.
SPF
TXT-record dat vastlegt welke servers namens het domein e-mail mogen versturen.
SSL-certificaat
Certificaat dat een verbinding met een website versleutelt, waardoor het adres met https werkt.
Subdomein
Een naam voor de hoofdnaam, gescheiden door een punt. Wordt beheerd in de zone van de hoofdnaam.

T

Transfercode
De code waarmee een .be-domeinnaam verhuist. Zeven dagen geldig en eenmalig te gebruiken.
TTL
Time to live. Het aantal seconden dat een DNS-antwoord bewaard mag worden voordat er opnieuw gevraagd wordt.
TXT-record
DNS-record met vrije tekst, gebruikt voor SPF, DKIM, DMARC en verificatie bij diensten.
Typosquatting
Het registreren van veelgemaakte typefouten in een bekende naam om verkeer op te vangen.

U

UDRP
Uniform Domain-Name Dispute-Resolution Policy. De geschillenregeling van ICANN voor generieke extensies.

V

Verhuistoken
De code waarmee een .nl-domeinnaam verhuist. Onbeperkt geldig, eenmalig bruikbaar en wijzigt bij elke gebeurtenis op de naam.
Vermogensrecht
Juridische kwalificatie van een domeinnaam onder artikel 3:6 van het Burgerlijk Wetboek, waardoor overdracht, verpanding en beslag mogelijk zijn.

W

Whois
Openbare zoekdienst die laat zien wie de houder van een domeinnaam is en wanneer de registratie is ingegaan.

Z

Zone
Het geheel van DNS-records dat bij een domeinnaam hoort.