Techniek
Nameservers en DNS
Nameservers bepalen welke records gelden. Wie die instelling wijzigt voordat de records klaarstaan, haalt de website en de mail onderuit.
DNS zet een naam om in een adres. Een bezoeker typt de naam in, een resolver zoekt uit welke nameservers voor die naam gelden, en die nameservers geven de records terug die zeggen waar de website en de mail staan.
Nameservers
Bij de registrar staat per domeinnaam ingesteld welke nameservers gelden. Die instelling is het schakelpunt: wie de nameservers wijzigt, verplaatst de hele naam naar een andere DNS-omgeving. Alle records die op de oude nameservers stonden, gelden dan niet meer.
De records die ertoe doen
- A
- Wijst de naam naar een IPv4-adres. Dit is het record dat een website bereikbaar maakt.
- AAAA
- Hetzelfde, maar dan naar een IPv6-adres.
- CNAME
- Wijst een naam door naar een andere naam. Handig bij diensten die zelf hun adressen beheren. Kan niet op de hoofdnaam staan naast andere records.
- MX
- Wijst e-mail naar een mailserver. Zonder dit record komt er geen mail aan op het domein.
- TXT
- Vrije tekst. Wordt gebruikt voor SPF, DKIM, DMARC en voor verificatie bij allerlei diensten.
- NS
- Geeft aan welke nameservers voor een naam of subdomein gelden.
- CAA
- Bepaalt welke partijen een SSL-certificaat mogen uitgeven voor de naam.
TTL en wachttijd
Elk record heeft een TTL: het aantal seconden dat een resolver het antwoord mag bewaren voordat hij opnieuw vraagt. Een TTL van 3600 betekent dat een wijziging tot een uur kan duren voordat iedereen hem ziet. Wie een verhuizing plant, verlaagt de TTL een dag van tevoren naar bijvoorbeeld 300 seconden en zet hem daarna weer terug.